‘Ik wil Nederland vertellen wat een vet exportproduct wij hebben’ (copy)

| Interview

‘Ik wil Nederland vertellen wat een vet exportproduct wij hebben’

Van demonstraties geven tot megabruiloften aankleden: tot corona ging MICHAEL VAN NAMEN (39) de hele wereld over voor het bloemenvak. Onze nieuwe gasthoofdredacteur vertelt over jong volwassen worden, bloemen als uitlaatklep en de keerzijde van zijn reizende leven: ‘Ik zou niets liever willen dan huisje-boompje-beestje.’

Tekst Jeannet Hooftman / Fotografie Inga Powilleit

Michael van Namen

Fotografie Inga Powilleit

December 2020. Het is de eerste dag van de lockdown als ik onze nieuwe gasthoofdredacteur Michael van Namen bij hem thuis in Lisse interview. Bloemisten hebben net te horen gekregen dat de buitenverkoop door mag gaan, maar de winkels moeten dicht. Daardoor ziet ook Michaels agenda er ineens een stuk leger uit. En die agenda was al zo anders dan in een ‘normaal’ jaar. Geen buitenland, maar vooral bloemisten helpen met de styling van hun winkel. Wat hij overigens ‘echt heel leuk’ werk vindt. ‘In een winkel moet je niet op visite zijn, je moet je thuis voelen. Dat vind ik trouwens hier thuis ook. Dat je denkt, wat een fijne sfeer. Dat vind ik belangrijk.’

Uiteraard gaat het gesprek eerst over de actualiteit van de dag, maar al snel wordt het persoonlijk. Michael praat makkelijk en open. Enthousiast, nuchter, dan weer schaterlachend en vervolgens ernstig en bedachtzaam als hij praat over de keerzijde van zijn succes. Want dat eerlijke verhaal moet ook eens verteld worden, vindt hij. ‘De achterkant van de gouden medaille is zo mooi niet.’

Uit wat voor gezin kom je?

‘Ik kom uit een echte ondernemersfamilie. Mijn ouders zijn gescheiden. Mijn hardwerkende moeder heeft altijd een eigen kapsalon gehad, net als mijn stiefvader. Bijna iedereen in de familie heeft een eigen zaak. Mijn echte vader ook. Hij reisde heel veel, dus dat reizen zit ook in mijn bloed. Ik heb sinds mijn veertiende al geen contact meer met hem. Hij was zwaar alcoholist. Mijn stiefvader was echt een heel lieve man. Toen ik twaalf was ging hij een rondje hardlopen en viel dood neer op zijn 51e. Hij had nooit wat gemankeerd.’

Michael maakt in de showroom van Daan Kromhout een object aan het plafond. De hele showroom heeft hij opnieuw gedecoreerd.

Wat heeft dat met jou gedaan?

‘Zoiets vormt je. Het heeft mij op mijn twaalfde naar de volwassenheid getrapt. Ik was ineens de man in het gezin, want mijn broer en zus uit het eerste huwelijk van mijn moeder waren veel ouder dan ik en het huis al uit. Je krijgt alle problemen te horen die op dat moment ontstaan. Als ik nu naar een kind van twaalf kijk, denk ik: blijf zo lang mogelijk kind, alsjeblieft.

Mijn zus is dertien jaar geleden op 33-jarige leeftijd overleden. We hadden een goede band. Mijn zus was de draak van de familie. We hadden exact dezelfde humor, ze was echt supergrappig. De passie die ik nu heb, komt door haar overlijden. Ik dacht: en nu zal ik alles uit het leven halen wat erin zit. Het heeft mij veel sterker gemaakt.’

Michael moest van zijn moeder naar de mavo, maar na een jaar ging ze overstag en mocht hij naar de agrarische school. Op zijn veertiende ging hij na schooltijd bij bloemenwinkel ’t Groene Ambacht in zijn woonplaats Voorschoten werken. ‘Dat werd mijn uitlaatklep, letterlijk. Ik kon daar alle zorgen van me afzetten. Dat kan ik tot de dag van vandaag nog steeds in mijn werk.’

‘Ik liep stage bij Joan Stam, bij Fiori in Leiden. Van het meest lelijke spul kon hij iets moois maken, hij kon echt toveren’

Waarom bloemen?

‘Mijn peetoom, de broer van mijn moeder, had een bloemenzaak in Den Haag waar ik als ukkie heel vaak kwam. En wij hadden altijd bloemen in huis, altijd. Mijn moeder hield van bloemen. Met kerst maakte zij stukjes voor de familie en ik ging meedoen. Ik vond dat fantastisch. Daar is het echt mee begonnen.’

In de bloemenwinkel was Michael als een vis in het water. Of hij nou moest ramen lappen of twintig dezelfde stukjes moest maken; hij vond het allemaal geweldig. Toen hij een jaar of zestien was, vroeg eigenares Anneke Verhoog of hij het misschien leuk vond om workshops te gaan geven. Het geld dat hij daarmee verdiende mocht hij zelf houden. En zo kwam hij op een avond ‘euforisch’ thuis met 200 gulden. ‘Mijn moeder zei: “Dat is leuk, maar nu moet je nog gaan inkopen.” En dat vind ik tot de dag van vandaag nog steeds de leukste sport die er is. De workshops groeiden uiteindelijk uit tot honderd man. Ik heb het tot mijn 32e gedaan.’

Waar heb jij het meeste van geleerd?

‘Rond mijn zeventiende ging ik stagelopen bij Joan Stam, bij Fiori in Leiden. Van hem heb ik echt heel veel geleerd. Van het meest lelijke spul kon hij iets moois maken, hij kon echt toveren. Toen wist ik zeker: dit is mijn ding. Bij Joan leerde ik de schoonheid van het vak. Hij had hele mooie spullen en er kwamen chique klanten. Hij leerde mij anders kijken naar bloemen: een bloem moet je aankijken. En technisch moest het natuurlijk goed in elkaar zitten. De allereerste keer dat ik bij Johan kwam stagelopen moest ik gelijk een bruidsboeket maken dat om half 10 opgehaald zou worden. Je wordt een oceaan in gepleurd en je kan niet zwemmen. Dat was fantastisch want daardoor leer je.’

Door Joan kwam Michael ook in contact met het freelance wereldje. Hij besloot dat dat was wat hij later ook wilde. ‘Ik weet het nog goed, op mijn 14e vroeg mijn moeder: Michael, wat wil je later? Mijn antwoord was: ik wil een eigen bedrijf, ik wil in Amerika wonen en werken en ik wil voor mijn 24e het huis uit zijn. Op mijn 23e ging ik in Amerika wonen en het kwam allemaal uit. Mijn moeder is daar tot op de dag van vandaag nog verbouwereerd over.’

Hoe kwam jij in Amerika terecht?

‘Ik had netjes mijn school afgemaakt, de 4-jarige opleiding kaderfunctionaris, en werkte net een maandje bij Asarum in Leiden toen een oud-klasgenootje belde. Zij woonde in Baltimore en vroeg of ik daar wilde komen wonen en werken bij een bloemenwinkel. Een paar dagen later diende ik mijn ontslag in, ik verkocht mijn Smartje cabrio en vertrok. Het was the best time of my life. Ik zou het zo weer overdoen.

Na een jaar ging ik bij een Nederlandse bloemist in hartje New York werken. Daar leerde ik dat de sky the limit was, je kon daar echt alles verkopen. Na twee jaar kwam ik terug voor de liefde. Ik had vanaf mijn 17e al een relatie en we wilden samenwonen.’

De gouden camera, een vaas, staat bij Michael thuis te pronken. ‘Ik houd onwijs van fotografie. Dat is mijn tweede liefde.’

Wanneer ben je zoveel gaan reizen?

‘Na Amerika heb ik tot mijn 30e fulltime bij Asarum gewerkt. Dankzij hen heb ik mijn freelance werk kunnen opbouwen. Menno gaf mij de vrije hand. Als ik een week naar New York moest of ik moest in Slovenië lesgeven, dan was dit jongetje weg. Het was een fantastische samenwerking. Op mijn 30e heb ik dit huis gekocht, mijn baan opgezegd, mijn relatie beëindigd en ben ik gaan freelancen. Ik ben voor mijn werk de hele wereld over geweest voor alles wat het bloemenvak te bieden heeft: demonstraties geven, megabruiloften aankleden, winkels stylen, les geven en beurzen aankleden. Tot corona zat ik bijna 210 dagen per jaar in het buitenland.

De leerlingen die nu van school komen, zien een wereld op Facebook die er geweldig uitziet. Die willen dat ook. Ik wilde altijd een “Joan Stammetje” worden, maar mijn goede vriendin Karin Pasman zei een keer: Michael, realiseer je dat leerlingen van nu een “Michaeltje” willen worden. Terwijl ik supernuchter ben opgevoed. Op een gegeven moment rol je erin en is het een sneeuwbal, ook dankzij het leven dat je laat zien op Facebook. Ik weet 100% zeker dat als ik geen Facebook had gehad, mijn leven er anders had uitgezien.’

Is het ook zo flitsend als het er op Facebook uitziet?

‘De naakte waarheid? Het is doodvermoeiend. Je loopt altijd de marathon. Als je in dienst bent en je hebt een keer je dag niet, is er morgen weer een dag. Als je als freelancer een keer je dag niet hebt, heb je kans dat je morgen niet wordt ingehuurd. Je moet altijd 1.000 procent geven. Wat ik niet erg vind, maar het kost veel energie. Het leventje op social media ziet er fantastisch uit, een gouden medaille. Maar de achterkant van de gouden medaille is zo mooi niet. Voor een sociaal leven moet je heel erg je best doen. Mijn wereld draait heel erg om mijn passie voor werk. Een relatie houden is daarom ontzettend moeilijk.’

‘Op Facebook ziet dit leventje er fantastisch uit. Maar het is ook doodvermoeiend. Je loopt altijd de marathon’

Is dat het waard?

‘Is dat het waard, goede vraag zeg…’ Michael is even stil. Dan: ‘Ik hoop nog steeds dat ik iemand tegenkom die mij accepteert zoals ik ben, met de passie voor werk. Tot nu toe is dat niet gelukt. Dat is de tol die je moet betalen. Jammer genoeg, want ik zou niets liever willen dan huisje-boompje-beestje. Dat verlangen is ontzettend groot. Je komt altijd weer in een leeg huis. Dat is soms een hard gelag.

Maar het werk is ook heel vet. Als het vliegtuig de lucht in gaat, zit ik met een lach. Ik heb een haat-liefdeverhouding met vliegen. Bij elke trilling denk ik daar gaan we, we storten neer. Maar het vliegen geeft ook een gevoel van vrijheid en brengt mij op zulke bijzondere plekken. Dan ben ik de gelukkigste persoon op de aardbodem. Dat mijn werk dat met zich meebrengt, is de grootste rijkdom die ik heb in mijn leven. Dat zal ik nooit voor lief nemen.’

Wat hoop jij nog te bereiken?

‘Een tv-programma over bloemstyling, in dikke letters. Ik wil aan Nederland vertellen wat een vet exportproduct wij hebben. Laten wij daar trots op zijn! Ik wil heel graag het vak naar een hoger niveau hebben. Het is wel bloemsierkunst.’

• TIP VAN MICHAEL

Doe alles met enthousiasme. Wat je ook doet in het leven, al werk je bij de McDonalds of zit je achter de kassa bij AH, doe het met een lach op je gezicht.

De vlinders nam Michael mee uit Congo. ‘Ik heb ze met een pincet uit de lijst gehaald en zelf op de takken onder de stolp geplaatst.’ Ze staan in zijn woonkamer op tafel.


    Warning: Undefined array key -1 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/digitaal.bloemenblad.nl/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 965
  • ‘Ik wil Nederland vertellen wat een vet exportproduct wij hebben’ (copy)

    Vorige pagina

    Warning: Undefined array key 0 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/digitaal.bloemenblad.nl/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 928
  • ‘Ik wil Nederland vertellen wat een vet exportproduct wij hebben’ (copy)

    Volgende pagina

Uitgever

Bloem&Blad is een uitgave van Hortipoint en verschijnt tien keer per jaar.

Rijnsburgersingel 61, 2316 XX Leiden
E-mail: info@hortipoint.nl
Website: www.hortipoint.nl

Redactie

Jeannet Hooftman – j.hooftman@hortipoint.nl
Cornéline Lanooy – c.lanooy@hortipoint.nl
Website: bloemenblad.nl
E-mail: bloemenblad@hortipoint.nl

Directeur

Mémé Bartels

Vormgeving

Gerrie van Adrichem
Diziner / Twin Digital

Productiecoördinatie

Jenny Mostert (print) en Maarten Mulder (online)

Marketing & Sales

Marketing & Media: Masja Pit

(071) 565 96 45 – m.pit@hortipoint.nl

Sales: Marcel van Geilswijk

(071) 565 96 89 – m.vangeilswijk@hortipoint.nl